Mijn baby heeft een voorkeurshouding, wat nu?

Voorkeurshouding baby

Baby’s liggen tegenwoordig te slapen in rugligging. Dit is de veiligste manier van slapen, omdat zij- en buikligging in verband worden gebracht met wiegendood. Sinds baby’s op de rug slapen, wordt er wel steeds vaker de aanwezigheid van een voorkeurshouding gemeld. Weet jij wanneer je spreekt over een voorkeurshouding? Wat kun je doen om dit bij je baby te voorkomen? En wat kun je doen als jouw kindje een voorkeurshouding heeft? Lees het in deze eerste blog over voorkeurshoudingen. Over twee weken verschijnt er een tweede blog over de rol van de kinderfysiotherapeut bij een voorkeurshouding. 

Wat is een voorkeurshouding?

Men spreekt over een voorkeurshouding als een baby op zijn rug meer dan drie kwart van de tijd naar een kant kijkt. Het hoofdje ligt dus te vaak één kant op, je baby wisselt zijn ligging niet genoeg af. Vaak zie je ook dat de andere kant op volgen en blijven kijken, moeilijker gaat en soms ook wat minder ver lukt. Zeker gedurende de eerste zes levensmaanden kan deze voorkeurshouding leiden tot een scheve, asymmetrische schedelvorm. Dit noemen ze ook wel een plagiocefalie. Deze asymmetrie kan zich ook uitbreiden naar de stand van de oren of naar het aangezicht. Sommige kinderen liggen juist niet met hun hoofd naar één kant, maar constant met hun hoofd in de middellijn. Ook dit kan een voorkeurshouding zijn. Het hoofdje wordt dan juist symmetrisch plat aan de achterzijde en kan puntig omhoog groeien, men noemt dit een brachycefalie.

Hoe voorkom ik een voorkeurshouding?

Een voorkeurshouding van een baby is niet altijd te voorkomen. Toch kun je na de geboorte van je kindje op een aantal dingen letten en zo de kans erop kleiner maken:

  • Probeer ervoor te zorgen dat je baby op zijn rug slaapt, waarbij je per slaapmoment het hoofdje naar links of naar rechts draait. Als het je opvalt dat een baby vaak naar rechts gedraaid ligt, probeer je zijn hoofdje tijdens het slapen voorzichtig naar links te draaien.
  • Laat een baby zo veel mogelijk vrij bewegen. Het is belangrijk dat een baby zo min mogelijk in de wipstoel, babyswing of autozitje zit. Leg hem of haar in de box of op een kleed op de grond. Zo leert hij veel om zich heen kijken en oefent hij de spieren in zijn nekje aan beide zijden.
  • Leg een baby als hij wakker is en je erbij bent regelmatig op zijn buik te spelen. In de eerste weken lukt dit waarschijnlijk maar heel kort, maar als je baby gewend is aan het spelen op de buik, kan hij het bij een maand of drie wel 10-15 minuten volhouden! De buikligging is erg goed voor het oefenen van de nekspieren en voor de verdere motorische ontwikkeling.
  • Probeer tijdens de voedings- en verzorgingsmomenten te wisselen van houding. Leg hem wisselend op je linker- of rechterarm, of juist recht voor je op je benen.
  • Oefen met je kindje het kijken en het volgen naar beide kanten! Merk je dat hij het moeilijk vindt om een bepaalde kant op te draaien? Oefen dit dan juist wat vaker!

De voorkeurshouding blijft en het hoofdje groeit scheef, wat nu?

Soms lukt het niet zo makkelijk om de voorkeurshouding bij je baby op te heffen. Dan is het goed om te overleggen met de consultatiebureau arts. Hij of zij kan onderzoeken of de voorkeurshouding misschien een onderliggende oorzaak heeft. Vervolgens kunnen ze op het consultatiebureau je adviezen en oefeningen geven om de voorkeurshouding te verminderen en de schedelvorm weer te verbeteren.

Wanneer de gegeven adviezen op het consultatiebureau niet genoeg helpen, verwijzen ze je vaak door naar de kinderfysiotherapeut. Het is wetenschappelijk bewezen dat kinderfysiotherapeutische begeleiding verbetering kan geven. Deze komt meestal bij je thuis. De kinderfysiotherapeut onderzoekt je kindje nog een keer goed en geeft praktische adviezen en oefeningen. Ook oefent hij of zij zelf met je baby. Als het goed is wordt behandeling door een manueel therapeut, osteopaat, chiropractor of craniosacraal therapeut je ontraden (richtlijn Nederlands Centrum Jeugd en Gezin). De wetenschappelijke onderbouwing voor deze therapieën ontbreekt vooralsnog. In enkele gevallen van manuele en craniosacrale therapie zijn complicaties opgetreden; van osteopathie zijn geen bijwerkingen bekend.

In deel twee van de blogserie over voorkeurshoudigen kun je meer teruglezen over de rol en de behandeling van de kinderfysiotherapeut. Deze blog zal over twee weken op de site verschijnen!

About the Author

Lotte

Lotte

Trotse mama van Sophie (19-07-2013)/ Vriendin van Sander, de papa van Sophie/ Kinder(bekken) fysiotherapeut in Groningen/ Baasje van Obbe, een zwarte labrador/ Tante van Lucia, Pablo en Benjamin/ Zusje van Jochem en zus van Annelies en Natalie

Visit Website